close
Dé recensiesite over jeugdliteratuur
10+

De dood zoemt tussen de atomen – Hemelwaarts van Karen Köhler

Hemelwaarts van Karen Köhler, illustraties Bea Davies, vertaling Esther Ottens, Querido, 10 +

Hoe spreek je met een mond vol schuimsnoep ‘internationaal ruimtestation’ uit? Het wordt zoiets als ingegaal uitasjoon of  een variatie daarop. Het is voorbeeld van de speelse taal en de bijzondere stijl van Karen Köhler die Hemelwaarts kenmerkt. Ze kreeg er in 2025 de Deutscher Jugendliteraturpreis voor, een equivalent van de Gouden Griffel. Meteen maar vermelden dat die prijs voor een deel te danken is aan illustrator Bea Davies, want tekst en tekeningen én vormgeving vormen een bijzondere eenheid in dit aangrijpende verhaal over rouw. In een paar steunkleuren wordt een wereld opgeroepen die de verbeelding van het verhaal niet in de weg zit, maar er juist veel aan toevoegt.

Het zoveelste jeugdboek over rouw en de dood, is het gevoel bij het lezen van de achterflap waarop staat dat Toni haar overleden moeder mist. Dat is het ook, maar het is zo volstrekt anders dan veel andere boeken, dat je geen moment denkt het zoveelste jeugdboek over de dood te lezen. Het verhaal is in een notendop te vertellen want het beslaat maar één nacht, en tegelijk eigenlijk hele levens. Toni brengt met haar beste vriendin YumYum een nacht door in een tent in de tuin bij haar vader. Voor een stiekem vreetfestijn maar ook om een experiment uit te voeren: Missie Kosmische Radio.  Via een geknutseld apparaat proberen ze contact te zoeken met een ruimtestation om te achterhalen of de moeder van Toni daar wellicht ergens is.

In het universum gaat nooit energie verloren, heeft Toni geleerd, dus ze moet nog ergens zijn, daarvoor hoef je niet in God te geloven. Köhler beschrijft haar gedachten hierover in bijzondere taal. “De dood is het zoemen tussen de atomen.” Er is een gat in haar geslagen dat ze probeert te dichten met haar ‘zondermamaspieren’. Niemand kan zich volgens haar voorstellen hoe je een dode moeder mist, behalve als je een dode moeder hebt. In haar geval een moeder die versteende zee-egels spaarde en maar 37 is geworden.

Het lukt ze om contact te krijgen met een vrouwelijke astronaut die Zana heet. Zij luistert aandachtig en stelt empathische vragen aan de meiden. Met onderbrekingen voeren ze een gesprek over het universum en de vraag waar de moeder van Toni zou kunnen zijn. Het experiment doet denken aan de bioscoop in Films die nergens draaien van Yorick Goldewijk. Niet dat Toni echt in contact komt met haar overleden moeder, maar haar gevoelens zijn vergelijkbaar met die van Cato. In beide verhalen is het als lezer niet moeilijk om mee te gaan in de magische gebeurtenis.

De meanderende en soms onnavolgbare manier van redeneren van de hoofdpersonen wordt door Köhler in een eigenzinnige stijl neergezet. Ze maakt gebruik van bijzondere beelden, merkwaardige taal en dialogen en zet soms pijltjes bij zinnen, waarin Toni zelf commentaar levert. Gecombineerd met fragmenten uit haar schrijfboek waarin ze reflecteert op de laatste maanden van haar moeders leven, levert het indringend en bij vlagen ontroerend proza op. Houd het maar eens door bij de brief die Toni aan de dood schrijft. Of de dood haar moeder misschien kan vervangen door een veel ouder iemand. “Het ding is dat ik  mijn moeder nog nodig heb en zoveel van haar houd.”

Toni laat in haar schrijfboek doorschemeren dat ze alle hoop is verloren na het afscheid van haar moeder. De bijzondere nacht in de tent lijkt daar een kentering in te zijn. Het is geen zoetsappig kinderboekeneinde, maar eerder een realiteitscheck. Haar moeder vertelde aan haar dochter dat ze in de liefde onsterfelijk zijn en dat de dood daar niets aan verandert. Heel langzaam lijkt Toni zich die gedachte eigen te maken zonder dat ze direct antwoord heeft gekregen op de vraag waar haar moeder nu is. Dat is voor haar een heilzaam en troostend idee, en zal dat voor menig lezer ook zijn.

Tags : doodFantasieheelalkamperenKinderboekLiefde en vriendschapmoederoudersoverlijdenrouwruimtevaart