‘Alleen’ van Megan E. Freeman, vertaling Tjalling Bos, Luitingh-Sijthoff, 12+

Even denk je met Alleen een vergelijkbaar boek als Albatros van Yorick Goldewijk te maken te hebben, maar het pakt heel anders uit. Wat er op lijkt: ineens is iedereen verdwenen en is de hoofdpersoon alleen over. Wat er anders is: de mensen zijn niet veranderd in dieren. De hond met wie Maddie de rest van het boek optrekt, is gewoon een hond die ook is achtergebleven. En het is in de versvorm geschreven.
Nadat haar twee vriendinnen niet zijn komen opdagen op het geheime slaapfeestje wordt Maddie wakker in een wereld waaruit iedereen is geëvacueerd. In het verhaal wordt eerder gerefereerd aan soldaten, checkpoints en een avondklok, maar er lijkt geen sprake van een acute dreiging. Die was er op het moment van de evacuatie blijkbaar wel. Iedereen is halsoverkop vertrokken terwijl Maddie van niks wist. Telefoons zijn achtergebleven en het internet werkt niet meer, ze ziet alleen op tv iets over een evacuatie. De reden van de paniektoestand wordt het hele boek door niet uitgelegd.
Wat gebeurt er als je helemaal alleen op de wereld bent en niet weet of je ooit nog je familie of vrienden terug ziet. Die vraag wordt in Alleen uitgewerkt in de vrije versvorm, een stijlvorm die we steeds meer zien in de jeugdliteratuur. Auteur Megan E. Freeman vertelt in het nawoord dat ze het boek eerst als lopende tekst had geschreven. Maar toen ze zich realiseerde dat ze eigenlijk dichter is, zette ze het verhaal om in een meer poëtische vorm. Freeman past de vorm toe op een manier waardoor er meer ruimte ontstaat voor verbeelding. Er is, ook letterlijk, ruimte tussen de regels. In sommige delen is het merkbaar dat het eerst als lopend proza is geschreven, maar dat hindert niet echt.
Maddie heeft het zwaar in de jaren die volgen. Ze kan geen kind meer zijn en moet zich gedragen als een volwassenen wiens leven op het spel staat. ‘We zijn spoken in een spookstad’, zegt ze tegen haar hond die een trouwe metgezel is en als personage handig voor enige dynamiek. Verder moet het verhaal het hebben van de wisseling van de seizoenen en diverse natuurrampen. Maddie overleeft sneeuwstormen, een brand, een tornado en een overstroming. Maar het allermeest heeft ze te kampen met angst en eenzaamheid die ze vooral verdraagt omdat ze zich door zo’n beetje de hele bibliotheek heen leest. Het gemis van haar dierbaren wordt voelbaar doordat ze in beide huizen van haar gescheiden ouders bivakkeert.
De toon en het ritme van Alleen zijn fraaie en moedigen aan tot doorlezen, al is het boek wat aan de dikke kant. Freeman raffelt de plot dan juist weer af en dat is nogal onbevredigend. De auteur is op haar best in de poëtische beschrijvingen. Als Maddie eindelijk weer vers voedsel eet ‘lijdt haar tong aan geheugenverlies’ en de wrevel tegen haar moeder wordt omschreven met ‘soms voelt haar stem als het label van een shirt dat schuurt in mijn nek’. Het zijn dat soort zinnen die blijven hangen, eigenlijk meer dan het erhaal.


