‘Ruby Crusoe – het vertrek’ van Kevin Hassing, Luitingh-Sijthoff, 10+

Na een tijd op het onbewoonde eiland is Ruby ‘helemaal naar de getver’ en ‘hard over haar zuiger’ gegaan van een kokosnoot. Is het eigenlijk wel zo leuk als het leek om in je uppie zo lang ver weg van huis te zijn? Ze snakt naar avontuur, omdat ze als meisje zo weinig vrijheden heeft. Daarom verstopt de twaalfjarige Ruby Crusoe zich aan boord van het schip van haar vader en springt overboord, in de hoop op een onbewoond eiland terecht te komen, net als haar vader vroeger.
Die vader is natuurlijk Robinson Crusoe, tegenwoordig vooral bekend van het televisieprogramma Expeditie Robinson, meer dan van de boeken die Daniel Defoe in de achttiende eeuw over hem schreef. Kevin Hassing deed in 2025 mee aan aan de reality-serie en bedacht op het eiland in Maleisië het begin van zijn nieuwe serie. Over de dochter van Robinson Crusoe, die in een vervolgdeel van Daniel Defoe ook daadwerkelijk voorkomt. Het is natuurlijk ongekend slim van Hassing om zijn tv-populariteit aan een nieuwe kinderboekenserie te koppelen.
Laat dat maar aan Hassing over, die zich in korte tijd ontpopte tot een van Nederlands populairste kinderboekenschrijvers, met zijn piratenserie over Mus & Kapitein Kwaadbaard, over wie hij in moordend tempo vijf delen en een spin-off schreef. De voormalige acteur weet hoe hij het jonge publiek moet bespelen en een serie in de markt moet zetten. Dat is een compliment, al is waakzaamheid voor gemakzucht en een knieval voor de populariteit geboden, want de kwaliteit van het verhaal moet voorop blijven staan.
Ook zijn nieuwe serie speelt zich dus af op, in en rond de zee. Het begin van het avontuur is aanstekelijk en in de sfeer van klassieke scheepsjongens-verhalen als Paddeltje en die over de Bontekoe. Al is de hoofpersoon nu een meisje, dat al snel als jongen verkleed moet gaan om niet ontdekt te worden. Op het moment dat ze met haar vader geconfronteerd gaat worden, krijgt het verhaal een wending die naar het onbewoonde eiland leidt, dat misschien toch niet zo onbewoond is als ze in het begin denkt.
Het boek verliest daar aan vaart en het verhaal wordt zoals je dat verwacht van een schipbreukeling die aanspoelt op een eiland. Avontuurlijk, dat zeker, maar ook volgens een geijkt patroon. Het zit er allemaal in: de zoektocht naar eten, de onheilspellende geluiden, eenzaamheid en mysterieuze ziektes. Net als het verrassend en interessant begint te worden, wordt er voorgesorteerd op het volgende deel en moet de lezer geduld opbrengen, al zal dat met het schrijftempo van deze auteur wel meevallen.
Het zou Hassing onrecht aandoen om te doen alsof hij lezers louter naar de mond schrijft en het vooral van slimme marketing moet hebben. Want hij schrijft verdomd soepel en goed voor deze doelgroep. Ruby Crusoe is geschreven in de ik-vorm, met een heldere vertelstem die de lezer in haar verhaal meeneemt met zinnetjes als ‘dat is precies zo smerig als je denkt’. Directe, onbevangen en eigentijdse taal in korte zinnen met taalgrapjes die zullen aanslaan, over een ‘kotskosnoot’ en ‘vernedervinken’. Ruby ziet er tegenop in het want te klimmen, ze heeft geen hoogtevrees maar ook geen hoogtezin. Maar ze doet het wel want de rode draad van het boek is dat je meer kan dan je denkt en soms tegen beter weten in moet volhouden.
De klassieker over Robinson Crusoe wordt erbij betrokken door er bij nieuwe hoofdstukken uit te citeren. Het is grappig dat Ruby zelf de dagboeken van haar vader gortdroog en slaapverwekkend saai noemt. Hoe het Ruby verder vergaat, lezen we in de volgende delen. Hopelijk toont Hassing daarin net iets meer lef en durf in de opbouw en de verhaallijn dan in deze aftrap.


