close
Dé recensiesite over jeugdliteratuur

Gelezen: ‘De vogeltjesklok’ van Harm de Jonge, ‘Sneeuwwit van Daan Remmerts en ‘Het grote leven van kleine Fons’ van Henry Lloyd

Twee sprookjes van dezelfde schrijver maar dan onder een andere naam. Een bewerking van het verhaal over Sneeuwwitje en het derde deel in een serie waarin dit keer kleine Fons zeker weet dat hij als ridder de wereld veel te bieden heeft. In ‘De Vogeltjesklok’ schrijft Harm de Jonge achterin dat iedereen direct weet dat een sprookje als ‘Roodkapje’ verzonnen is. Hij legt uit dat het in zijn boek lijkt alsof het echt is gebeurd maar toch ligt er een verzinlaagje overheen. 

De inmiddels 82-jarige schrijver Harm de Jonge schreef tijdens de pandemie een verhaal over een opa en kleinzoon dat hij opdraagt aan Hartog Zebulon Limburg, die op dezelfde dag als hij werd geboren, en op vierjarige leeftijd werd vergast in Sobibor. De Jonge zegt zijn naam te noemen om in ieder geval te laten weten dat hij heeft bestaan. De oma in het boek zegt dat haar God de geesten van kinderen vleugels geeft en engelen van ze maakt. Hoofdpersoon Josse meent dat ‘God dat doet om het een beetje goed te maken dat Hij sommige kinderen maar zo kort laat leven.’

Dit soort dwarsverbanden zijn tekenend voor de eigenzinnige en soms onnavolgbare auteur. In ‘De Vogeltjesklok’ gaat het over de opa van Josse die uitvinder is maar last krijgt van ‘hersenbibbers’. Hij vertoont steeds vreemder gedrag en is soms zomaar verdwenen. Josse helpt zijn grootvader bij het repareren van klokken in de werkschuur. De Jonge weeft een raderwerk rond kapotte klokken, tijd en geheugen als metaforen voor de toestand van opa. Zoals vaker bij De Jonge, strooit hij met bijzondere karakters. Juf Stubbe, die we kennen van vorige boeken, speelt weer een rol maar ook de Italiaanse hersenchirurg Ricardo Bartolli en de vader van Josse, een kunstenaar die zijn eigen leven is gaan leiden.

Josse beseft dat hij afscheid moet nemen van de opa zoals hij die kent en aan hij wie alvast dierbare herinneringen ophaalt. Ondertussen repareert hij de vogeltjesklok die weer een prachtige pendule moet worden. ‘De klok zal weer tikken, de nieuwe wijzer zal over Oma en Opa strijken.’ Het dementieproces wordt in mooie termen beschreven: de hersendoosjes van opa moeten opnieuw gevuld worden.

Het is zo’n boek waarin je mee moet gaan in de manier van vertellen en denken. Wie daar voor openstaat, zal veel plezier bleven aan een rijk en fantasievol veerhaal dat wat traag op gang komt maar uiteindelijk bij vlagen ontroert.

De vogeltjesklok van Harm de Jonge, omslagillustratie en schutbladen: Jeska Verstegen, uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 8+

Sneeuwwit

Met Het jungleboek  bewerkte Daan Remmerts de Vries een bekend verondersteld verhaal dat in zijn versie veel verrassends te bieden had. We bleken toch vooral de Disney-versie te kennen.

Ook het sprookje van Sneeuwwitje zit in het collectieve brein maar het bevat toch niet meer dan zes pagina’s in de Grimm-versie. Remmerts de Vries spint het uit tot een veel langer verhaal waarin Sneeuwwitje meer en meer karakter krijgt. Ze zijn er allemaal: haar vader de koning, de boze stiefmoeder, de knappe prins en natuurlijk de dwergen die genoemd zijn naar de dagen van de week. Behalve zondag, die heet oktober.

Aan het verhaal met de bekende elementen worden letterlijk hoofdstukken toegevoegd waarin de toch wat onnozele prinses volwassener wordt en die nare stiefmoeder een loer draait. Alle personages krijgen meer karakter, vooral door de sterke en vaak humoristische dialogen. Remmerts de Vries toont zich opnieuw een vaardig verteller die goed uit de voeten kan met dit soort verhalen. Mark Janssen illustreert het verhaal in een klassieke sprookjesstijl, die hij soms dreigende invult zoals in de tekening van de stiefmoeder voor het duistere spiegelglas. De dwergen zijn vrolijke kereltjes, behalve als ze hun maaginhoud in de struiken deponeren, omdat hun geliefde prinses intens smerig heeft gekookt.

‘Sneeuwwit’ van Daan Remmerts de Vries, illustraties: Mark Janssen, uitgeverij Volt, 6+

Nog een keer Daan Remmerts de Vries maar dan onder zijn pseudoniem Henry Lloyd dat hij gebruikt voor de sprookjes die hij zelf bedenkt. Het grote leven van kleine Fons is het derde boek in deze reeks, na Flin of de verloren liefde van een eenhoorn (nominatie Woutertje Pieterse Prijs en vlag en wimpel van de Griffeljury) en Prinses Nola en haar waardeloze prins. Lloyd borduurt vrolijk verder op zijn sprookjesuniversum met echte mensen en fantasiefiguren zoals de tweehoofdige dwerg mono en de eenhoorn Juniper, die we ook al tegenkwamen in het eerste boek. Laurens Rawie (dat is natuurlijk ook Daan Remmerts de Vries) maakte meer dan honderd illustraties die nog meer vaart meegeven aan het toch al dynamische verhaal.

De kleine Fons groeit op in een kasteel en voelt ‘een bergbeek van verlangen door zich heen stromen’ om grootste dagen te verrichten. Hij is geïnspireerd door een boek over ridder Franz van Winderig-Battenburg en ziet voor zichzelf ook een daverende toekomst als held tegemoet. Na een poosje oefenen trekt hij de grote wereld in waarin hij met veel zelfoverschatting en onbescheidenheid de strijd wil ingaan. Fons werkt vooral op de lachspieren of wekt bij zijn toehoorder ergernis met zijn gloedvolle betogen, doorspekt met archaïsche termen.

Het maakt het tot een heel talig boek waarin Remmerts de Vries de registers opentrekt waar het gaat om ouderwetse termen en bedachte woorden (schavuit, onverlaat en schroomvallige schelm en ‘een brandblarige kwestie) en geestige monologen en dialogen. Aan de stroom woorden lijkt geen einde te komen, en dat moet ook niet. In dit sprookjesuniversum wil je zo lang mogelijk vertoeven. Gelukkig komt er een deel vier.

Het grote leven van kleine Fons van Henry Lloyd, illustraties: Laurens Rawie, uitgeverij Querido, 8+

In deze aflevering van De Grote Vriendelijke Podcast is een uitgebreid gesprek met de auteur te horen over dit boek.