De bron van Marco Kunst, illustraties Djenné Fila, Lemniscaat, 12+

Mythes zijn vaak een rommeltje, schrijft Marco Kunst in De bron. Hij noemt ze een schatkist vol juwelen die geweldig zijn om t lezen. Maar het is vaak ook een hele opgave omdat ze niet eenduidig zijn en het nogal wat vergt om ze te snappen. Dan werkt het niet mee dat ze elkaar ook nogal eens tegenspreken en regelmatig niet aansluiten bij de tijdgeest van u. Maar toch, stelt Kunst, ze kunnen helpen om de wereld te begrijpen en ze geven soms op antwoorden op levensvragen.
Daarom husselt de filosoof en kinderboekenschrijver een flink aantal mythes in een lopend verhaal over der dertienjarige Nour die de opdracht krijgt om op zoek te gaan naar de oorsprong (‘de bron’) van het leven. En legt hij achterin uit waar de mythes op gestoeld zijn, wat ze kunnen beduiden en geeft hij context die bij het verhaal past. Een aangename mengeling van fictie en non-fictie die dus begint bij een meisje dat met haar ouders naar de hoogvlaktes Turkije reist voor wetenschappelijk geologisch onderzoek.
Nour ontmoet een jongen die haar meeneemt naar een zieke oude vrouw genaamd Gaia. In de mythologie is zij natuurlijk de oermoeder, het symbool van de aarde. Ze is op sterven na dood en geeft Nour de opdracht om water te halen bij de bron. ‘Het water zal je meenemen naar plaatsen waar je mij zal laten zien wie je werkelijk bent.’ Tijdens de mythische roadtrip gaat ze langs Ygdrassil, de Minotaurus en Loki en nog een heel stel goden en symbolen. De scheppingsverhalen en de onderwereld komen voorbij en Nour en de lezer worden duizelig gevoerd met veel betekenende ontmoetingen.
Tussen alle kinderboeken over mythen, volksverhalen en goden is dit een poging om de boel wat op te schudden. Dat lukt niet genoeg met het verhaal van Nour dat teveel als een opsomming leest. Er moest een lijst mythes worden afgevinkt, waardoor de spanning en losheid die het verhaal in het begin nog heeft, eruit verdwijnen. Het non-fictie gedeelte dat daarna volgt is frisser en interessanter. De mythische verhalen en figuren worden bondig en helder ontleed en in de context geplaatst. Kunst brengt orde in de chaos en het rommeltje aan verhalen. En komt tot een geruststellende conclusie: in de kern komt het allemaal zo’n beetje op hetzelfde neer. Hoop, angst, verlangen en verbeelding: het kent over de hele wereld grote gelijkenissen.
Dan zou deze bespreking klaar zijn, ware het niet dat Djenné Fila de illustraties maakte. Wat doet zij dat goed en wat sluiten haar beelden aan bij de mythen. Iedere prent vertelt een verhaal op zich en is een interpretatie om over na te denken. Nog even los van de materiaalkeuze, de techniek en het kleurgebruik, stralen de beelden zoveel zeggingskracht uit. Bij vorige boeken na haar Gouden Penseel bekroop me een licht gevoel van gewenning door het constant hoge niveau, maar nu ben ik toch weer weggeblazen.


