‘Gewoon een gat’ van Mathilde Stein, illustraties Sophie Pluim, Lemniscaat, 6+

Soof heeft geen watervrees en houdt enorm van zwemmen. Toch moet ze een enorme angst bezweren, wil ze haar zwemdiploma halen. Onder water door een gat heen zwemmen, dat is de grootste horror die er is. Hoe laconiek iedereen in haar omgeving er ook over doet. Alleen opa neemt haar angst serieus en begrijpt haar. ‘Hij zegt niets over gewoon / of over van je tuter-de-tuut / of makkelijk zat’.
Het is jammer dat Mathilde Stein in Gewoon een gat niet duidelijk maakt waar Soof precies zo bang voor is. Daarmee had het verhaal aan diepgang gewonnen. Misschien wordt bedoeld dat angst niet rationeel is en dat je doodsbang kun zijn voor iets dat voor anderen heel gewoon is. Stein schakelt snel over naar het uitgebreide verhaal dat opa overduidelijk uit zijn duim zegt. Hij zwom op zee ooit door een gat en kwam in de armen van een octopus terecht. Een meanderend avontuur dat volledig over de top gaat, maar zo gloedvol wordt verteld dat Soof, en met haar de lezers, aan opa’s lippen hangen. Natuurlijk is het verzonnen, maar ja, het zou toch ook wel weer kunnen.
Sophie Pluim geeft er een geestige twist aan in de illustraties, maar schuwt ook de wat engere beelden niet. Vooral de prenten die de wereld onderzee weergeven zijn geslaagd. Mathilde Stein maakt er weer een talige tekst met veel ritme en herhaling en originele woorden van, voor kinderen die beginnen met lezen. Gewoon een gat is prima maar niet echt onderscheidend of een hoogtepunt in haar oeuvre. Daarvoor is het verhaal te gewoon en een tikje voorspelbaar, in tegenstelling tot bijvoorbeeeld het gelaagde Vuurtorenbeer en geestige Maksie.
De belangrijkste zin in het boek is ‘Het liep goed af’. Dat is precies de aanmoediging die Soof nodig heeft om haar angst in de ogen te durven kijken. Het spreekt voor zich hoe het afloopt met dat diplomazwemmen


